Vlamingen en zout

Gisteren ontmoette ik een vlaming, lodewijk. Hij kwam van roeselare, had de hele wereld gezien en woonde nu in australië. En hij studeerde hier. We hadden een soort van begisch onderonsje en dronken een pint.

Vandaag ging ik dan naar de dode zee. Ik had een tour de dag ervoorgeboekt in het eerste hotel waar ik verbleef. De arme uitbater toonde mij een hoop websites met slechte revieuws van mijn huidig hostel. Het baatte niet, maar hij bestelde wel mijn tripje. 300 sh.
Na een uur wachten in de lobby van een chique hotel, kwam en eindelijk iemad vragen of ik Lara veray ben. Ik volgde hem naar het zwarte busje en vond daar nog 3 mannen. Ik vond da een beetje vervelend, maar dat bleek niet nodig. 2 van hen gingen eert naar massada, en de man die mee ging naar de dode zee was eigenlijk best sociaal en interessant. Hij heette levant ( zoals in de geachidenislessen) en was en amerikaanse turk die werkte voor de office of state of iets dergelijks. Hij had zo’n cool diplomaten paspoort. Hij deelde zijn sandwich met me.
Verder is de dode zee een soort bouilon. Ik snap het hele helende kracht gedoe niet. Zout doet gewoon pijn. Modder is gewoon modder, met zout. En ik had van die krablijntjes op mijn been die versheikkelijk pikten. Er was ook een sulphur-bath maar dat rook naar de hel en deed mijn wondjes helemaal schroeien. Dat deed ik dan maar niet.
Dat was dan dat en reden terug naar huis.
Chaya, de miamische joodse in mijn dorm wou haar eten met me delen, maar toen bleken haar groenten gestolen te zijn. We aten brood met humus en ontdekt dat de namibische in de kamer de groenten had weggegooid. Ach.

Morgen neemt ze me mee naar de muur om te bidden, en daarna naar de chabat ofzoiets voor eten. Vreemd, maar interessant.

Laat een reactie achter