Het is 22/00, hier in Tel Aviv. (Bij jullie is het negen.) Ik zit ondergedoken in mijn bed, dekentje tot over de schouders.. Maar voor je in schaterlachend gehoon uitbarst, dat zou ik doen mocht iemand zonder succes zijn natte Belgische lot ontvluchten.) zal ik even vertellen over het weer hier. Vochtig en heet. Het soort hitte dat je loom maakt en ook erg intolerant voor zweetparels en okselplassen. Er valt niets aan te doen, afvegen is slechts een ironische druppel op een hete plaat. Maar dus, door dat temperaturen zelfs uren na zonsondergang een aangename 21° bereiken en Israël een welvarend land is draait de airco hier overuren. Vandaar het dekentje, dat u niet denkt dat het hier een beetje frisjes is, ofzo. Die drukkende temperaturen hebben nog andere bijwerkingen… Bij het verlaten van de taxi die we gemakshalve genomen hadden, konden we niet anders dan kokhalzen. Een indringende vis-zout-afval geur vult de gehele tel aviviaans hotelstrip. Maar daar raak je snel aan gewend. Terwijl ik puffend en zwetend de strandpromenade afwandelde richting oude stad, bereikten honderden tropische geuren me. Temidden van dat olfactorische minnespel hoef je je geen zorgen te maken over een wat ziltige bijgeur. Wat me wél verontrust is de kleding van die orthodoxe Roshanna vrouwen. (Nee, ik weet niet waarom ik ze roshanna noem.) Zwarte schoenen, een dikke kousenbroek een stevige rok een lange jas en wat pruiksels in een omgeving die zelfs dragers van katoenen zomerkleedjes doen smelten,.. Het zijn blikken waarbij je hoopt dat fysiologie en de daarbijbehorende gevoelens minder universeel zijn als verwacht.
Terug over geuren. Vandaag liep onze tocht langs de Karmelmarket. Dat is een grote, met zeilen overdekte straat, met aan weerszijde ononderscheidbare kraampjes met fruitsap, china-plastiek, vis,.. In de zijstraten zag je rokende mannen op de stoep en hoopjes afval op de grond. vooral dat laatste relativeert de welriekende zweem. de geuren deden denken aan een dierentuin in Arabië, kort samengevat. Toen we tegen zonsondergang terugkeerden naar ons hotel passeerden we een park. Aan de linkerkant lag de middellandse zee tegen de rotsen te beuken, aan de rechterkant werden overal barbecuetjes gehouden. Overal verspreid had je families en groepjes vrienden die genoten van de warme avond. De barbecuefeestjes namen soms verbazingwekkend grote proporties aan. Ik zag grote tafels met slabuffeten en tuinbarbecues vol satés. Joden, Arabieren en standaard mensen zaten dar wat te zitten en vlees te eten.
Verderop had een optreden van een soort poëziemuziek plaats. De 8 bandleden (elk met keppeltje) wachtten geduldig tot de frontman zijn Hebreeuws gebrabbel beëindigd had. Wij zijn vertrokken zodra de rest van de groep mocht meedoen. Lara is niet klaar voor joodse muziek.
Wat onze aankomst in de luchthaven betreft ben ik aangenaam ontgoocheld. Van de zware veiligheidsmaatregelen waar ik me zo op moest voorbereiden heb ik niet veel gezien. Paspoort afgeven en boefbaf, welkom in Israël. Toen ik dan naar de McDonalds ging, om een milkshake, werd ik nogal ruw tegen gehouden door een securitymannetje. “You’re still in Israël”, was het antwoord op mijn waarschijnlijk verbaasde blik. Om een busstation binnen te raken moet je door een metaaldetector en je bagage moet door een scanner. Maar de landsgrenzen, daar kijken ze niet eens naar je. Ach ja. Ik ben benieuwd naar wat Jeruzalem te bieden heeft. Hop naar het heilige land.
De rest van de foto’s hier !







